About Us

Contact

Oude installaties

Ethische code

AREI

Sitemap

Het AREI, oftewel het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, is de verzamelnaam van de verschillende wetten die de installatievoorschriften bepalen voor elektrische installaties.

 

De algemene structuur van deze wetgeving is als volgt :

Studie & Ontwerp van Elektrische Installaties

Rubbrecht Gert

Het AREI

INLEIDING

                Art. 1 Toepassingsgebied

                Art. 2 Bepalingen, eenheden en symbolen

HOOFDSTUK I : Algemene voorschriften voor elektrisch materieel ene elektrische installaties

                Art. 3 Bepalingen

                Art. 4 Spanningsgebieden

                Art. 5 Elektrisch materieel

                Art. 6 Elektrisch materieel voor zeer lage spanning

                Art. 7 Elektrisch materieel voor laagspanning

                Art. 8 Elektrisch materieel voor hoogspanning

                Art. 9 Elektrische installaties

                Art. 10 Identificatiecode van de elektrische leidingen

                Art. 11 Naleving van de verplicht gemaakte normen

                Art. 12 Onafhankelijkheid van een elektrische installatie ten overstaan van de andere installaties

                Art. 13 Indeling van een elektrische installatie

                Art. 14 Onafhankelijkheid van de delen van een elektrische installatie

                Art. 15 Genaakbaarheid van elektrisch materieel

                Art. 16 Schema en aanwijzingsplaten bij laagspanning en zeer lage spanning

                Art. 17 Schema en aanwijzingsplaten bij hoogspanning

                Art. 18 Beschermingsmaatregelen

                Art. 19 Installatievoorwaarden van elektrisch materieel in functie van zijn omgeving

                Art. 20 Voorschriften met betrekking tot de isolatie van elektrische installaties op laagspanning en zeer lage spanning

                Art. 21 Voorschriften met betrekking tot de isolatie van elektrische installaties op hoogspanning

                Art. 22 Afwezigheid van elektrische scheiding

                Art. 23 Voeding op zeer lage spanning

                Art. 24 Elektrische installaties op ZLFS

                Art. 25 Elektrische installaties op ZLVS en ZLBS

                Art. 26 Bijkomende voorschriften met betrekking tot stroombanen op ZLBS

                Art. 27 Bijkomende voorschriften met betrekking tot stroombanen op ZLVS

HOOFDSTUK II : Beschermingsmaatregelen

DEEL I - Bescherming tegen elektrische schokken

A. Algemeenheden

                Art. 28 Bepalingen

                Art. 29 Beschermingsgraden gegeven door omhulsels en hindernissen

                Art. 30 Isolatie en indeling van het elektrisch materieel voor lage en zeer lage spanning in verband met de bescherming tegen elektrische schokken

                Art. 31 Princiepen van de bescherming tegen elektrische schokken

                Art. 32 Bescherming door gebruik van de zeer lage veiligheidsspanning

B. Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking

1. Bij laagspanning

                Art. 33 Algemeenheden

                Art. 34 Bescherming door middel van omhulsels

                Art. 35 Bescherming door isolatie

                Art. 36 Bescherming door verwijdering

                Art. 37 Bescherming door middel van hindernissen

                Art. 38 Bijkomende bescherming door middel van automatische differentieelstroominrichting

                Art. 39 Gebruik van nulleider als beschermingsgeleider

2. Bij zeer lage spanning en bij zeer lage veiligheidsspanning

                Art. 40 (opgegeven : KB 25 april 2004 - BS 26 mei 2004)

3. Bij hoogspanning

                Art. 41 algemeenheden

                Art. 42 Bescherming door middel van omhulsels

                Art. 43 Bescherming door middel van hindernissen

                Art. 44 Bescherming door middel van hindernissen in de exclusieve ruimten van de elektrische dienst

                Art. 45 Bescherming door isolatie

                Art. 46 Bescherming door verwijdering

4. In uitbatingsruimten van elektrische installaties

                Art. 47 Gewone ruimten en ruimten van de elektrische dienst

                Art. 48 Toegelaten spanningsgebieden in gewone ruimten en in ruimten van de elektrische dienst

                Art. 49 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in gewone ruimten

                Art. 50 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in ruimten van de elektrische dienst

                Art. 51 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in exclusieve ruimten van de elektrische dienst

5. Bijzondere voorschriften in speciale gevallen

                Art. 52 Installaties met klein vermogen

                Art. 53 Verwarmingsweerstanden verzonken in materiaal of vloeren

                Art. 54 Meettoestellen

                Art. 55 Elektrische laboratoria en proefstanden

                Art. 56 Contactlijnen op laagspanning voor rol– of glijcontact

                Art. 57 Lassen en snijden met elektrische vlamboog

                Art. 58 Elektrostatische filterinstallatie

                Art. 59 Elektrolyse-installaties

                Art. 60 Industriële ovens

                Art. 61 Schrikdraadinstallaties

                Art. 62 Bedwelmingstoestellen bestemd voor het bedwelmen van dieren

                Art. 63 Industriële accumulatorenbatterijen

                Art. 64 Het elektrostatisch aanbrengen van verven en bedekkingen

                Art. 65 Hoogspanningsontstekingsinrichting van een stookoliebrander

                Art. 66 Hoogspanningsontstekingsinrichting van een gasbrander

                Art. 67 Verdeelinrichtingen waar men niet kan binnentreden

C. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking

1. Principen tot het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij laagspanning

                Art. 68 Algemeenheden

2. Aardverbindingen, beschermingsgeleiders, aardgeleiders en equipotentiale verbindingen

                Art. 69 Aardverbinding

                Art. 70 Beschermingsgeleiders bij laagspanning

                Art. 71 Aardgeleider bij laagspanning

                Art. 72 Hoofd-equipotentiale verbinding bij laagspanning

                Art. 73 Bijkomende equipotentiale verbinding bij laagspanning

                Art. 74 Beschermingsgeleiders bij hoogspanning

3. Passieve bescherming bij laagspanning zonder automatische onderbreking van de voeding

                Art. 75 Bescherming door isolatie van het elektrisch materieel

                Art. 76 Bescherming door veiligheidsscheiding van de stroombanen

                Art. 77 Bescherming tot het onmogelijk maken van een gelijktijdige aanraking van delen die op potentialen kunnen gebracht worden waarvan het verschil gevaarlijk is

4. Actieve bescherming bij laagspanning met automatische onderbreking van de voeding en eventuele verwittiging

                Art. 78 Principen

                Art. 79 De drie systemen van verbindingen met de aarde

                Art. 80 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door een TN-net

                Art. 81 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door TT-net

                Art. 82 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door een IT-net

D. Aanwending van beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij LS en ZLS

                Art. 83 Toepassingsgebied

                Art. 84 De uitwendige invloedsfactoren

                Art. 85 Automatische differentieelstroominrichtingen

                Art. 86 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in huishoudelijke lokalen of plaatsen

                Art. 87 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in werkruimten van ondernemingen die niet beschikken over gewaarschuwd personeel (BA4 of BA5) in de zin van artikel 47

                Art. 88 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in werkruimten van ondernemingen, andere dan deze van elektriciteitsvoortbrengers of verdelers, die beschikken over gewaarschuwd personeel in de zin van artikel 47 (BA4 of BA5)

                Art. 89 Bescherming tegen de elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in inrichtingen van elektriciteitsvoortbrengers of –verdelers

                Art. 90 Zwembaden

                Art. 91 De sauna’s

                Art. 92 Fonteinen en andere waterkommen

                Art. 93 Therapeutische badinrichtingen

                Art. 94 Geleidende afgesloten ruimten

                Art. 95 Elektrische buiteninstallaties en werfinstallaties

                Art. 96 Voeding op laagspanning van kampeerwagens, kampeerauto’s … of plezierboten

                Art. 97 Voeding van voertuigen of aanhangwagens voor wegvervoer, tijdens het stationeren van foorinstallaties

E. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij HS

                Art. 98 Het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij hoogspanning

                Art. 99 Het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking ten gevolge van potentiaalverspreiding

DEEL II - Bescherming tegen thermische invloeden

A. Algemeenheden

                Art. 100 Bepalingen

                Art. 101 De uitwendige invloedsfactoren

                Art. 102 Principes

B. Bescherming tegen brandwonden

                Art. 103 Keuze en installaties van het elektrisch materieel

C. Bescherming tegen brand

                Art. 104 Voorzorgsmaatregelen tegen brand

D. Bescherming tegen explosiegevaar in explosieve atmosferen

                Art. 105 Algemeenheden

                Art. 106 Keuze van de machines en toestellen en hun beveiligingssystemen

                Art. 107 Installeren van elektrisch materieel

                Art. 108 Bescherming tegen temperatuurverhoging en vonkvorming

                Art. 109 Uitzondering in verband met de keuze van het materiaal

                Art. 110 Industriële accumulatorbatterijen

                Art. 111 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

                Art. 112 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

                Art. 113 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

DEEL III - Elektrische bescherming tegen overstroom

A. Algemeenheden

                Art. 114 Bepalingen

                Art. 115 Overstromen

                Art. 116 Principe

                Art. 117 Toelaatbare stroom in elektrische leidingen

                Art. 118 Beschermingsinrichting tegen overstroom bij lage en zeer lage spanning

                Art. 119 Toepassingsgebied

                Art. 120 Bescherming van blanke geleiders verschillend van deze van luchtlijnen

                Art. 121 Installaties voor telecommunicatie, besturing, signalisatie en dergelijke

B. Bescherming tegen korstsluiting bij LS en ZLS

                Art. 122 Plaats van de beschermingsinrichting

                Art. 123 Uitzonderingen

                Art. 124 Beschermde lengte van de leidingen

C. Beveiliging tegen overbelasting bij LS en ZLS

                Art. 125 Plaats van de beschermingsinrichtingen

                Art. 126 Vrijstelling van verplichting tot bescherming tegen overbelasting

D. Bescherming tegen overstroom van fase– en nulgeleiders bij LS en ZLS

                Art. 127 Onderbreking van de getroffen geleider

                Art. 128 Bescherming van eenfasige stroombanen

                Art. 129 Driefasige stroombanen in TT- en TN-netten met niet-verdeelde nulgeleider

                Art. 130 Driefasige stroombanen in TT- en TN-netten met verdeelde nulgeleider

                Art. 131 IT-net met verdeelde nulgeleider

                Art. 132 PEN-geleider

                Art. 133 Onderbrekingsvolgorde van de fasegeleiders en de nulgeleiders

E. Bescherming tegen overstroom in HS-installaties

                Art. 134 Bescherming tegen overbelasting

                Art. 135 Bescherming tegen kortsluiting

DEEL IV - Elektrische bescherming tegen overspanning

                Art. 136 Principe

                Art. 137 Bij laagspanning

DEEL V - Bescherming tegen bepaalde andere uitwerkingen

                Art. 138 Elektrische bescherming tegen de gevolgen van een spanningsdaling

                Art. 139 Bescherming tegen biologische uitwerkingen van elektrische en magnetische velden

                Art. 140 Bescherming tegen besmettingsrisico’s

                Art. 141 Bescherming tegen risico’s te wijten aan bewegingen

HOOFDSTUK III : Keuze en gebruik van elektrische geleiders en leidingen

DEEL I - Algemeenheden

                Art. 142 Bepalingen

                Art. 143 Toegelaten wijzen van plaatsing van elektrische leidingen

DEEL II - Opgelegde beperkingen door uitwendige invloedsvoorwaarden

                Art. 144 In functie van de omgevingstemperatuur

                Art. 145 In functie van de aanwezigheid van water

                Art. 146 In functie van corrosieve en vervuilende stoffen

                Art. 147 In functie van mechanische belastingen

                Art. 148 In functie van trillingen

                Art. 149 In functie van fauna en flora

                Art. 150 In functie van de bescherming tegen elektrische schokken

                Art. 151 In functie van de ontruimingsvoorwaarden, de bezettingsdichtheid en de aard van de behandelde of opgeslagen stoffen

DEEL III - Onderverdeling in categorieën van luchtlijnen of ondergrondse leidingen voor transport of verdeling van elektrische energie

                Art. 152 Categorieën van lijnen of leidingen

DEEL IV - Luchtlijnen

A. Algemeenheden

                Art. 153 Samenstellende delen van een lijn

B. Mechanische weerstand van de samenstellende delen van een lijn

                Art. 154 Mechanische weerstand van de geleiders

                Art. 155 Mechanische weerstand van de steunen

                Art. 156 Mechanische weerstand en diëlektrische eigenschappen van isolatoren en isolatorkettingen

C. Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking van de leidingen van buitenlijnen

                Art. 157 Principe

                Art. 158 Volledige bescherming door isolatie die geen bijkomende bescherming vereist

                Art. 159 Bescherming door isolatie met verwijderingsmaatregelen of bijkomende mechanische beschermingsmaatregelen

                Art. 160 Verbodsborden

                Art. 161 Nummering der steunen

                Art. 162 Onbereikbaarheid - Beklimming van steunen

                Art. 163 Principe van bescherming door verwijdering

                Art. 164 Minimumafstanden voor verschillende typen van lijnen

D. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking

                Art. 165 Beschermingsmiddelen

E. Bescherming tegen overstroom

                Art. 166 Beschermingsmiddelen

F. Voorschriften betreffende de nabijheid van hoogspanningslijnen met andere lijnen

                Art. 167 Rangschikking van de geleiders

                Art. 168 Voorwaarden van wind, temperatuur en belasting te beschouwen door de ongunstige positie van de geleiders

                Art. 169 Het boven elkaar plaatsen, opstelling op gemeenschappelijke steunen, nabijheid en kruising van een hoogspanningslijn van het “beschermde kabeltype” en andere geleiders

                Art. 170 Boven elkaar plaatsing, opstelling op gemeenschappelijke steunen, nabijheid en kruising van hoogspanningslijnen van het type “blanke of gelijkgestelde geleiders” met andere geleiders

G. Voorschriften betreffende de nabijheid van laag– en hoogspanningslijnen met verscheidene voorwerpen

                Art. 171 Voorschriften

H. Voorschriften m.b.t. tuikabels en neerkomende kabels

                Art. 172 Verplichting tot isoleren

I. Aanvullende schikkingen van toepassing op het kruisen, het in elkaars nabijheid of evenwijdig lopen van elektrische energielijnen en van telecommunicatielijnen, aangelegd ten behoeve van de landsverdediging, met telecommunicatielijnen van het Ministerie van Openbare Werken, van de RTT, van de NMBS, spoorwegen in concessie en van de NMVB

                Art. 173 Algemeenheden

                Art. 174 Luchtlijnen met blanke geleiders op laagspanning van 1ste categorie

                Art. 175 Blanke geleiders op laagspanning van 2de categorie

                Art. 176 Hoogspanningslijnen met “blanke of daarmee gelijkgestelde geleiders”

                Art. 177 Plaatsing van beschermingsgeleiders en beschermingsnetten

J. Bijkomende voorschriften betreffende het gebruik van grote land– en waterwegen, de sporen van een spoorweg met breedspoor, de sporen van een buurtspoorweg, van een tramweg, van een metro of van de openluchtuitrusting van trolleybussen - Doorgang in de agglomeraties

1. Algemene schikkingen

                Art. 178 kruising van deze domeinen

                Art. 179 Doorgang door agglomeraties - Gebruik in de langsrichting van grote land– en waterwegen

2. Specifieke voorschriften volgens het type van domain waarvan gebruik gemaakt wordt.

                Art. 180 Luchtlijnen langs of over de sporen van een buurtspoorweg, de sporen van een tramweg, van een metro of de elektrische bovenleiding van een trolleybus

                Art. 181 Luchtlijnen die langs de sporen van een spoorweg met breedspoor lopen of deze kruisen met of zonder gebruik te maken van een kunstwerk

DEEL V - Ondergrondse leidingen

A. Algemeenheden

                Art. 182 Aard van de leidingen

B. Bescherming tegen rechtstreekse aanraking

                Art. 183 Bij laagspanning

                Art. 184 Bij hoogspanning

C. Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking

                Art. 185 Beschermingsmiddelen

D. Bescherming tegen overstroom

                Art. 186 Beschermingsmiddelen

E. Plaatsing van de ondergrondse kabels

                Art. 187 Voorschriften

F. Plaatsaanduiding van ondergrondse kabels

                Art. 188 Voorschriften

G. Aanvullende voorschriften m.b.t. het kruisen van of het evenwijdig lopen met grote land– of waterwegen en met sporen van een spoorweg met breedspoor, een spoorweg in concessie, een buurtspoorweg, een metro of een tramweg

                Art. 189 Gebruik van de grote land– of waterwegen

                Art. 190 Kruising met de sporen van een spoorweg met breedspoor, van een buurtspoorweg, van een metro of van een tramweg

                Art. 191 Langs de sporen van een buurtspoorweg, een metro of een tramweg

DEEL VI - Te nemen voorzorgsmaatregelen bij werken in de nabijheid van luchtlijnen en ondergrondse kabels

                Art. 192 Te nemen voorzorgsmaatregelen bij werken

DEEL VII - Richtlijnen voor de uitvoering van het plaatsingswerk van de lijn of de kabels

                Art. 193 Kennisgeving van de uitvoering van een werk

                Art. 194 Uitvoeringswijzen

                Art. 195 Controle

DEEL VIII - Tijdelijke voorzorgen

                Art. 196 Tijdelijke voorzorgen

DEEL IX - Ongevallen

                Art. 197 Ongevallen

DEEL X - Plaatsingswijzen van de leidingen in LS-installaties

A. Algemeenheden

                Art. 198 Keuze van de elektrische leidingen

                Art. 199 Kleurcode van de geleiders van de kabels en van de geïsoleerde geleiders

                Art. 200 De buizen

                Art. 201 Mechanische weerstand - Doorvoeren

                Art. 202 Nabijheid van niet-elektrische leidingen

                Art. 203 Plaatsing der geleiders

                Art. 204 Verbindings-, aftak– en inbouwdozen

                Art. 205 Uiteinden, wartelinvoer

B. Binneninstallaties

                Art. 206 Isolatie der geleiders

                Art. 207 Plaatsing in buizen

                Art. 208 Plaatsing onder sierlijsten, holle plinten en lijsten

                Art. 209 Plaatsing in de vrije lucht en plaatsing in opbouw

                Art. 210 Open en gesloten goten

                Art. 211 Kokers

                Art. 212 Open, gesloten, met zand gevulde kabelkanalen en kokers in de grond

                Art. 213 Constructieruimten

                Art. 214 Verzonken plaatsing zonder buizen

                Art. 215 Vooraf vervaardigde leidingen

                Art. 216 Installatie van evenwijdige draden op isolatoren

                Art. 217 Verwarmingspanelen en leidingen

C. Buiteninstallaties

                Art. 218 Schikkingen

DEEL XI - Plaatsingswijze van leidingen in hoogspanningsinstallaties

                Art. 219 Schikkingen

DEEL XII - Plaatsingswijze van leidingen in installaties op ZLVS en ZLBS

                Art. 220 Algemeenheden

                Art. 221 Binneninstallaties

                Art. 222 Aanvullende voorschriften

DEEL XII - Plaatsingswijze van leidingen in de installaties op ZLS

                Art. 223 Schikkingen

HOOFDSTUK IV : Keuze en ingebruikname van elektrische toestellen en materieel

DEEL I - Algemeen

                Art. 224 Bepalingen - Keuze van het materieel

DEEL II - Keuze en aanwending van elektrische machines en toestellen in functie van de uitwendige invloeden

                Art. 225 Omgevingstemperatuur (AA)

                Art. 226 Aanwezigheid van water (AD)

                Art. 227 Vreemde vaste lichamen (AE)

                Art. 228 Corrosieve of milieuverontreinigende stoffen (AF)

                Art. 229 Mechanische belasting (AG)

                Art. 230 Trillingen (AH)

                Art. 231 Flora (AK) en Fauna (AL)

                Art. 232 Inwerking van zwerfstromen, elektromagnetische, elektrostatische of ioniserende invloeden (AM) en zonnestraling (AN)

                Art. 233 De bevoegdheid van personen (BA)

                Art. 234 Andere uitwendige invloedsfactoren (BB, BC, BD en BE)

DEEL III - Bedienings- en scheidingswijzen

                Art. 235 Veiligheidsonderbreking

                Art. 236 Functionele besturing

                Art. 237 Gelijktijdige functies

                Art. 238 Aarding

                Art. 239 Voorschriften voor stopcontacten

DEEL IV - Gebruikstoestellen voor laagspanning

                Art. 240 Aansluiting van toestellen op de installaties

                Art. 241 Elektrische huishoudtoestellen

                Art. 242 Verlichtingstoestellen

                Art. 243 Verwarmingstoestellen

                Art. 244 Kookfornuizen en ovens

                Art. 245 Elektrisch speelgoed

                Art. 246 Haspels

                Art. 247 Draagbaar gereedschap met motor

DEEL V - Installatiemateriaal voor laagspanning

                Art. 248 Schakelborden (open of in kasten)

                Art. 249 Gebruik van stopcontacten en verlengsnoeren

                Art. 250 Schakelaars en andere bedieningstoestellen

                Art. 251 Smeltzekeringen, automatische schakelaars

DEEL VI - Laagspanningsinrichtingen

                Art. 252 Algemeen

                Art. 253 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                Art. 254 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                Art. 255 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                Art. 256 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                Art. 257 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                Art. 258 Kasten en koffers voor werven

                Art. 259 Bedienings– en verdeelinrichting

DEEL VII - Meetstroombanen

                Art. 260 Schikkingen

HOOFDSTUK V : Algemene voorschriften door personen na te leven

                Art. 261 Waarschuwingsborden tegen de gevaren van elektrische installaties

                Art. 262 Verbodsborden

                Art. 263 Inlichtingsborden

                Art. 264 Plaatsing en afmetingen van deze borden

                Art. 265 Verbodsbepalingen

                Art. 266 Werkzaamheden aan elektrische installaties

                Art. 267 Regelmatig bezoek van hoogspanningsinstallaties

                Art. 268 Plichten van de eigenaar of van de beheerder in industriële bedrijven

                Art. 269 Plichten van de eigenaar, beheerder of huurder van huishoudelijke installaties

                Art. 270 Gelijkvormigheidsonderzoek van laagspanningsinstallaties voor de indienststelling

                Art. 271 Controlebezoek van laagspanningsinstallaties

                Art. 271bis Afwijkende beschikkingen

                Art. 272 Gelijkvormigheidsonderzoek en controle van hoogspanningsinstallaties

                Art. 272bis Controlebezoek voor sommige hoogspanningsluchtlijnen via infrarood thermografie

                Art. 273 Proces-verbaal van het onderzoek

                Art. 274 Installaties in overtreding bij het gelijkvormigheidsonderzoek aan de voorschriften van dit reglement

                Art. 275 Erkende organismen

HOOFDSTUK VI : Bijzondere voorschriften betreffende zekere oude elektrische installaties

                Art. 276 Controlebezoek van laagspanningsinstallaties voor elke verzwaring van de aansluiting op het openbaar verdeelnet

                Art. 276bis Controlebezoek van laagspanningsinstallaties bij de verkoop van een wooneenheid

                Art. 277 Latere controlebezoeken

                Art. 278 Afwijkende beschikkingen

                Art. 279 Installaties in overtreding bij het controlebezoek