Het AREI, oftewel het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, is de verzamelnaam van de verschillende wetten die de installatievoorschriften bepalen voor elektrische installaties.

 

De algemene structuur van deze wetgeving is als volgt :

Studie & Ontwerp van Elektrische Installaties

Rubbrecht Gert

Het AREI

INLEIDING

                 Art. 1 Toepassingsgebied

                 Art. 2 Bepalingen, eenheden en symbolen

HOOFDSTUK I : Algemene voorschriften voor elektrisch materieel ene elektrische installaties

                 Art. 3 Bepalingen

                 Art. 4 Spanningsgebieden

                 Art. 5 Elektrisch materieel

                 Art. 6 Elektrisch materieel voor zeer lage spanning

                 Art. 7 Elektrisch materieel voor laagspanning

                 Art. 8 Elektrisch materieel voor hoogspanning

                 Art. 9 Elektrische installaties

                 Art. 10 Identificatiecode van de elektrische leidingen

                 Art. 11 Naleving van de verplicht gemaakte normen

                 Art. 12 Onafhankelijkheid van een elektrische installatie ten overstaan van de andere installaties

                 Art. 13 Indeling van een elektrische installatie

                 Art. 14 Onafhankelijkheid van de delen van een elektrische installatie

                 Art. 15 Genaakbaarheid van elektrisch materieel

                 Art. 16 Schema en aanwijzingsplaten bij laagspanning en zeer lage spanning

                 Art. 17 Schema en aanwijzingsplaten bij hoogspanning

                 Art. 18 Beschermingsmaatregelen

                 Art. 19 Installatievoorwaarden van elektrisch materieel in functie van zijn omgeving

                 Art. 20 Voorschriften met betrekking tot de isolatie van elektrische installaties op laagspanning en zeer lage spanning

                 Art. 21 Voorschriften met betrekking tot de isolatie van elektrische installaties op hoogspanning

                 Art. 22 Afwezigheid van elektrische scheiding

                 Art. 23 Voeding op zeer lage spanning

                 Art. 24 Elektrische installaties op ZLFS

                 Art. 25 Elektrische installaties op ZLVS en ZLBS

                 Art. 26 Bijkomende voorschriften met betrekking tot stroombanen op ZLBS

                 Art. 27 Bijkomende voorschriften met betrekking tot stroombanen op ZLVS

HOOFDSTUK II : Beschermingsmaatregelen

DEEL I - Bescherming tegen elektrische schokken

A. Algemeenheden

                 Art. 28 Bepalingen

                 Art. 29 Beschermingsgraden gegeven door omhulsels en hindernissen

                 Art. 30 Isolatie en indeling van het elektrisch materieel voor lage en zeer lage spanning in verband met de bescherming tegen elektrische schokken

                 Art. 31 Princiepen van de bescherming tegen elektrische schokken

                 Art. 32 Bescherming door gebruik van de zeer lage veiligheidsspanning

B. Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking

1. Bij laagspanning

                 Art. 33 Algemeenheden

                 Art. 34 Bescherming door middel van omhulsels

                 Art. 35 Bescherming door isolatie

                 Art. 36 Bescherming door verwijdering

                 Art. 37 Bescherming door middel van hindernissen

                 Art. 38 Bijkomende bescherming door middel van automatische differentieelstroominrichting

                 Art. 39 Gebruik van nulleider als beschermingsgeleider

2. Bij zeer lage spanning en bij zeer lage veiligheidsspanning

                 Art. 40 (opgegeven : KB 25 april 2004 - BS 26 mei 2004)

3. Bij hoogspanning

                 Art. 41 algemeenheden

                 Art. 42 Bescherming door middel van omhulsels

                 Art. 43 Bescherming door middel van hindernissen

                 Art. 44 Bescherming door middel van hindernissen in de exclusieve ruimten van de elektrische dienst

                 Art. 45 Bescherming door isolatie

                 Art. 46 Bescherming door verwijdering

4. In uitbatingsruimten van elektrische installaties

                 Art. 47 Gewone ruimten en ruimten van de elektrische dienst

                 Art. 48 Toegelaten spanningsgebieden in gewone ruimten en in ruimten van de elektrische dienst

                 Art. 49 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in gewone ruimten

                 Art. 50 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in ruimten van de elektrische dienst

                 Art. 51 Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking in exclusieve ruimten van de elektrische dienst

5. Bijzondere voorschriften in speciale gevallen

                 Art. 52 Installaties met klein vermogen

                 Art. 53 Verwarmingsweerstanden verzonken in materiaal of vloeren

                 Art. 54 Meettoestellen

                 Art. 55 Elektrische laboratoria en proefstanden

                 Art. 56 Contactlijnen op laagspanning voor rol– of glijcontact

                 Art. 57 Lassen en snijden met elektrische vlamboog

                 Art. 58 Elektrostatische filterinstallatie

                 Art. 59 Elektrolyse-installaties

                 Art. 60 Industriële ovens

                 Art. 61 Schrikdraadinstallaties

                 Art. 62 Bedwelmingstoestellen bestemd voor het bedwelmen van dieren

                 Art. 63 Industriële accumulatorenbatterijen

                 Art. 64 Het elektrostatisch aanbrengen van verven en bedekkingen

                 Art. 65 Hoogspanningsontstekingsinrichting van een stookoliebrander

                 Art. 66 Hoogspanningsontstekingsinrichting van een gasbrander

                 Art. 67 Verdeelinrichtingen waar men niet kan binnentreden

C. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking

1. Principen tot het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij laagspanning

                 Art. 68 Algemeenheden

2. Aardverbindingen, beschermingsgeleiders, aardgeleiders en equipotentiale verbindingen

                 Art. 69 Aardverbinding

                 Art. 70 Beschermingsgeleiders bij laagspanning

                 Art. 71 Aardgeleider bij laagspanning

                 Art. 72 Hoofd-equipotentiale verbinding bij laagspanning

                 Art. 73 Bijkomende equipotentiale verbinding bij laagspanning

                 Art. 74 Beschermingsgeleiders bij hoogspanning

3. Passieve bescherming bij laagspanning zonder automatische onderbreking van de voeding

                 Art. 75 Bescherming door isolatie van het elektrisch materieel

                 Art. 76 Bescherming door veiligheidsscheiding van de stroombanen

                 Art. 77 Bescherming tot het onmogelijk maken van een gelijktijdige aanraking van delen die op potentialen kunnen gebracht worden waarvan het verschil gevaarlijk is

4. Actieve bescherming bij laagspanning met automatische onderbreking van de voeding en eventuele verwittiging

                 Art. 78 Principen

                 Art. 79 De drie systemen van verbindingen met de aarde

                 Art. 80 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door een TN-net

                 Art. 81 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door TT-net

                 Art. 82 Beschermingsmaatregelen in installaties gevoed door een IT-net

D. Aanwending van beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij LS en ZLS

                 Art. 83 Toepassingsgebied

                 Art. 84 De uitwendige invloedsfactoren

                 Art. 85 Automatische differentieelstroominrichtingen

                 Art. 86 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in huishoudelijke lokalen of plaatsen

                 Art. 87 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in werkruimten van ondernemingen die niet beschikken over gewaarschuwd personeel (BA4 of BA5) in de zin van artikel 47

                 Art. 88 Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in werkruimten van ondernemingen, andere dan deze van elektriciteitsvoortbrengers of verdelers, die beschikken over gewaarschuwd personeel in de zin van artikel 47 (BA4 of BA5)

                 Art. 89 Bescherming tegen de elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking in inrichtingen van elektriciteitsvoortbrengers of –verdelers

                 Art. 90 Zwembaden

                 Art. 91 De sauna’s

                 Art. 92 Fonteinen en andere waterkommen

                 Art. 93 Therapeutische badinrichtingen

                 Art. 94 Geleidende afgesloten ruimten

                 Art. 95 Elektrische buiteninstallaties en werfinstallaties

                 Art. 96 Voeding op laagspanning van kampeerwagens, kampeerauto’s … of plezierboten

                 Art. 97 Voeding van voertuigen of aanhangwagens voor wegvervoer, tijdens het stationeren van foorinstallaties

E. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij HS

                 Art. 98 Het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij hoogspanning

                 Art. 99 Het voorkomen van elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking ten gevolge van potentiaalverspreiding

DEEL II - Bescherming tegen thermische invloeden

A. Algemeenheden

                 Art. 100 Bepalingen

                 Art. 101 De uitwendige invloedsfactoren

                 Art. 102 Principes

B. Bescherming tegen brandwonden

                 Art. 103 Keuze en installaties van het elektrisch materieel

C. Bescherming tegen brand

                 Art. 104 Voorzorgsmaatregelen tegen brand

D. Bescherming tegen explosiegevaar in explosieve atmosferen

                 Art. 105 Algemeenheden

                 Art. 106 Keuze van de machines en toestellen en hun beveiligingssystemen

                 Art. 107 Installeren van elektrisch materieel

                 Art. 108 Bescherming tegen temperatuurverhoging en vonkvorming

                 Art. 109 Uitzondering in verband met de keuze van het materiaal

                 Art. 110 Industriële accumulatorbatterijen

                 Art. 111 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

                 Art. 112 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

                 Art. 113 (opgeheven : KB 4 juni 2008 - BS 17 juli 2008)

DEEL III - Elektrische bescherming tegen overstroom

A. Algemeenheden

                 Art. 114 Bepalingen

                 Art. 115 Overstromen

                 Art. 116 Principe

                 Art. 117 Toelaatbare stroom in elektrische leidingen

                 Art. 118 Beschermingsinrichting tegen overstroom bij lage en zeer lage spanning

                 Art. 119 Toepassingsgebied

                 Art. 120 Bescherming van blanke geleiders verschillend van deze van luchtlijnen

                 Art. 121 Installaties voor telecommunicatie, besturing, signalisatie en dergelijke

B. Bescherming tegen korstsluiting bij LS en ZLS

                 Art. 122 Plaats van de beschermingsinrichting

                 Art. 123 Uitzonderingen

                 Art. 124 Beschermde lengte van de leidingen

C. Beveiliging tegen overbelasting bij LS en ZLS

                 Art. 125 Plaats van de beschermingsinrichtingen

                 Art. 126 Vrijstelling van verplichting tot bescherming tegen overbelasting

D. Bescherming tegen overstroom van fase– en nulgeleiders bij LS en ZLS

                 Art. 127 Onderbreking van de getroffen geleider

                 Art. 128 Bescherming van eenfasige stroombanen

                 Art. 129 Driefasige stroombanen in TT- en TN-netten met niet-verdeelde nulgeleider

                 Art. 130 Driefasige stroombanen in TT- en TN-netten met verdeelde nulgeleider

                 Art. 131 IT-net met verdeelde nulgeleider

                 Art. 132 PEN-geleider

                 Art. 133 Onderbrekingsvolgorde van de fasegeleiders en de nulgeleiders

E. Bescherming tegen overstroom in HS-installaties

                 Art. 134 Bescherming tegen overbelasting

                 Art. 135 Bescherming tegen kortsluiting

DEEL IV - Elektrische bescherming tegen overspanning

                 Art. 136 Principe

                 Art. 137 Bij laagspanning

DEEL V - Bescherming tegen bepaalde andere uitwerkingen

                 Art. 138 Elektrische bescherming tegen de gevolgen van een spanningsdaling

                 Art. 139 Bescherming tegen biologische uitwerkingen van elektrische en magnetische velden

                 Art. 140 Bescherming tegen besmettingsrisico’s

                 Art. 141 Bescherming tegen risico’s te wijten aan bewegingen

HOOFDSTUK III : Keuze en gebruik van elektrische geleiders en leidingen

DEEL I - Algemeenheden

                 Art. 142 Bepalingen

                 Art. 143 Toegelaten wijzen van plaatsing van elektrische leidingen

DEEL II - Opgelegde beperkingen door uitwendige invloedsvoorwaarden

                 Art. 144 In functie van de omgevingstemperatuur

                 Art. 145 In functie van de aanwezigheid van water

                 Art. 146 In functie van corrosieve en vervuilende stoffen

                 Art. 147 In functie van mechanische belastingen

                 Art. 148 In functie van trillingen

                 Art. 149 In functie van fauna en flora

                 Art. 150 In functie van de bescherming tegen elektrische schokken

                 Art. 151 In functie van de ontruimingsvoorwaarden, de bezettingsdichtheid en de aard van de behandelde of opgeslagen stoffen

DEEL III - Onderverdeling in categorieën van luchtlijnen of ondergrondse leidingen voor transport of verdeling van elektrische energie

                 Art. 152 Categorieën van lijnen of leidingen

DEEL IV - Luchtlijnen

A. Algemeenheden

                 Art. 153 Samenstellende delen van een lijn

B. Mechanische weerstand van de samenstellende delen van een lijn

                 Art. 154 Mechanische weerstand van de geleiders

                 Art. 155 Mechanische weerstand van de steunen

                 Art. 156 Mechanische weerstand en diëlektrische eigenschappen van isolatoren en isolatorkettingen

C. Bescherming tegen elektrische schokken bij rechtstreekse aanraking van de leidingen van buitenlijnen

                 Art. 157 Principe

                 Art. 158 Volledige bescherming door isolatie die geen bijkomende bescherming vereist

                 Art. 159 Bescherming door isolatie met verwijderingsmaatregelen of bijkomende mechanische beschermingsmaatregelen

                 Art. 160 Verbodsborden

                 Art. 161 Nummering der steunen

                 Art. 162 Onbereikbaarheid - Beklimming van steunen

                 Art. 163 Principe van bescherming door verwijdering

                 Art. 164 Minimumafstanden voor verschillende typen van lijnen

D. Bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking

                 Art. 165 Beschermingsmiddelen

E. Bescherming tegen overstroom

                 Art. 166 Beschermingsmiddelen

F. Voorschriften betreffende de nabijheid van hoogspanningslijnen met andere lijnen

                 Art. 167 Rangschikking van de geleiders

                 Art. 168 Voorwaarden van wind, temperatuur en belasting te beschouwen door de ongunstige positie van de geleiders

                 Art. 169 Het boven elkaar plaatsen, opstelling op gemeenschappelijke steunen, nabijheid en kruising van een hoogspanningslijn van het “beschermde kabeltype” en andere geleiders

                 Art. 170 Boven elkaar plaatsing, opstelling op gemeenschappelijke steunen, nabijheid en kruising van hoogspanningslijnen van het type “blanke of gelijkgestelde geleiders” met andere geleiders

G. Voorschriften betreffende de nabijheid van laag– en hoogspanningslijnen met verscheidene voorwerpen

                 Art. 171 Voorschriften

H. Voorschriften m.b.t. tuikabels en neerkomende kabels

                 Art. 172 Verplichting tot isoleren

I. Aanvullende schikkingen van toepassing op het kruisen, het in elkaars nabijheid of evenwijdig lopen van elektrische energielijnen en van telecommunicatielijnen, aangelegd ten behoeve van de landsverdediging, met telecommunicatielijnen van het Ministerie van Openbare Werken, van de RTT, van de NMBS, spoorwegen in concessie en van de NMVB

                 Art. 173 Algemeenheden

                 Art. 174 Luchtlijnen met blanke geleiders op laagspanning van 1ste categorie

                 Art. 175 Blanke geleiders op laagspanning van 2de categorie

                 Art. 176 Hoogspanningslijnen met “blanke of daarmee gelijkgestelde geleiders”

                 Art. 177 Plaatsing van beschermingsgeleiders en beschermingsnetten

J. Bijkomende voorschriften betreffende het gebruik van grote land– en waterwegen, de sporen van een spoorweg met breedspoor, de sporen van een buurtspoorweg, van een tramweg, van een metro of van de openluchtuitrusting van trolleybussen - Doorgang in de agglomeraties

1. Algemene schikkingen

                 Art. 178 kruising van deze domeinen

                 Art. 179 Doorgang door agglomeraties - Gebruik in de langsrichting van grote land– en waterwegen

2. Specifieke voorschriften volgens het type van domain waarvan gebruik gemaakt wordt.

                 Art. 180 Luchtlijnen langs of over de sporen van een buurtspoorweg, de sporen van een tramweg, van een metro of de elektrische bovenleiding van een trolleybus

                 Art. 181 Luchtlijnen die langs de sporen van een spoorweg met breedspoor lopen of deze kruisen met of zonder gebruik te maken van een kunstwerk

DEEL V - Ondergrondse leidingen

A. Algemeenheden

                 Art. 182 Aard van de leidingen

B. Bescherming tegen rechtstreekse aanraking

                 Art. 183 Bij laagspanning

                 Art. 184 Bij hoogspanning

C. Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking

                 Art. 185 Beschermingsmiddelen

D. Bescherming tegen overstroom

                 Art. 186 Beschermingsmiddelen

E. Plaatsing van de ondergrondse kabels

                 Art. 187 Voorschriften

F. Plaatsaanduiding van ondergrondse kabels

                 Art. 188 Voorschriften

G. Aanvullende voorschriften m.b.t. het kruisen van of het evenwijdig lopen met grote land– of waterwegen en met sporen van een spoorweg met breedspoor, een spoorweg in concessie, een buurtspoorweg, een metro of een tramweg

                 Art. 189 Gebruik van de grote land– of waterwegen

                 Art. 190 Kruising met de sporen van een spoorweg met breedspoor, van een buurtspoorweg, van een metro of van een tramweg

                 Art. 191 Langs de sporen van een buurtspoorweg, een metro of een tramweg

DEEL VI - Te nemen voorzorgsmaatregelen bij werken in de nabijheid van luchtlijnen en ondergrondse kabels

                 Art. 192 Te nemen voorzorgsmaatregelen bij werken

DEEL VII - Richtlijnen voor de uitvoering van het plaatsingswerk van de lijn of de kabels

                 Art. 193 Kennisgeving van de uitvoering van een werk

                 Art. 194 Uitvoeringswijzen

                 Art. 195 Controle

DEEL VIII - Tijdelijke voorzorgen

                 Art. 196 Tijdelijke voorzorgen

DEEL IX - Ongevallen

                 Art. 197 Ongevallen

DEEL X - Plaatsingswijzen van de leidingen in LS-installaties

A. Algemeenheden

                 Art. 198 Keuze van de elektrische leidingen

                 Art. 199 Kleurcode van de geleiders van de kabels en van de geïsoleerde geleiders

                 Art. 200 De buizen

                 Art. 201 Mechanische weerstand - Doorvoeren

                 Art. 202 Nabijheid van niet-elektrische leidingen

                 Art. 203 Plaatsing der geleiders

                 Art. 204 Verbindings-, aftak– en inbouwdozen

                 Art. 205 Uiteinden, wartelinvoer

B. Binneninstallaties

                 Art. 206 Isolatie der geleiders

                 Art. 207 Plaatsing in buizen

                 Art. 208 Plaatsing onder sierlijsten, holle plinten en lijsten

                 Art. 209 Plaatsing in de vrije lucht en plaatsing in opbouw

                 Art. 210 Open en gesloten goten

                 Art. 211 Kokers

                 Art. 212 Open, gesloten, met zand gevulde kabelkanalen en kokers in de grond

                 Art. 213 Constructieruimten

                 Art. 214 Verzonken plaatsing zonder buizen

                 Art. 215 Vooraf vervaardigde leidingen

                 Art. 216 Installatie van evenwijdige draden op isolatoren

                 Art. 217 Verwarmingspanelen en leidingen

C. Buiteninstallaties

                 Art. 218 Schikkingen

DEEL XI - Plaatsingswijze van leidingen in hoogspanningsinstallaties

                 Art. 219 Schikkingen

DEEL XII - Plaatsingswijze van leidingen in installaties op ZLVS en ZLBS

                 Art. 220 Algemeenheden

                 Art. 221 Binneninstallaties

                 Art. 222 Aanvullende voorschriften

DEEL XII - Plaatsingswijze van leidingen in de installaties op ZLS

                 Art. 223 Schikkingen

HOOFDSTUK IV : Keuze en ingebruikname van elektrische toestellen en materieel

DEEL I - Algemeen

                 Art. 224 Bepalingen - Keuze van het materieel

DEEL II - Keuze en aanwending van elektrische machines en toestellen in functie van de uitwendige invloeden

                 Art. 225 Omgevingstemperatuur (AA)

                 Art. 226 Aanwezigheid van water (AD)

                 Art. 227 Vreemde vaste lichamen (AE)

                 Art. 228 Corrosieve of milieuverontreinigende stoffen (AF)

                 Art. 229 Mechanische belasting (AG)

                 Art. 230 Trillingen (AH)

                 Art. 231 Flora (AK) en Fauna (AL)

                 Art. 232 Inwerking van zwerfstromen, elektromagnetische, elektrostatische of ioniserende invloeden (AM) en zonnestraling (AN)

                 Art. 233 De bevoegdheid van personen (BA)

                 Art. 234 Andere uitwendige invloedsfactoren (BB, BC, BD en BE)

DEEL III - Bedienings- en scheidingswijzen

                 Art. 235 Veiligheidsonderbreking

                 Art. 236 Functionele besturing

                 Art. 237 Gelijktijdige functies

                 Art. 238 Aarding

                 Art. 239 Voorschriften voor stopcontacten

DEEL IV - Gebruikstoestellen voor laagspanning

                 Art. 240 Aansluiting van toestellen op de installaties

                 Art. 241 Elektrische huishoudtoestellen

                 Art. 242 Verlichtingstoestellen

                 Art. 243 Verwarmingstoestellen

                 Art. 244 Kookfornuizen en ovens

                 Art. 245 Elektrisch speelgoed

                 Art. 246 Haspels

                 Art. 247 Draagbaar gereedschap met motor

DEEL V - Installatiemateriaal voor laagspanning

                 Art. 248 Schakelborden (open of in kasten)

                 Art. 249 Gebruik van stopcontacten en verlengsnoeren

                 Art. 250 Schakelaars en andere bedieningstoestellen

                 Art. 251 Smeltzekeringen, automatische schakelaars

DEEL VI - Laagspanningsinrichtingen

                 Art. 252 Algemeen

                 Art. 253 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                 Art. 254 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                 Art. 255 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                 Art. 256 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                 Art. 257 (opgeheven : KB 8 september 1997 - BS 9 oktober 1997)

                 Art. 258 Kasten en koffers voor werven

                 Art. 259 Bedienings– en verdeelinrichting

DEEL VII - Meetstroombanen

                 Art. 260 Schikkingen

HOOFDSTUK V : Algemene voorschriften door personen na te leven

                 Art. 261 Waarschuwingsborden tegen de gevaren van elektrische installaties

                 Art. 262 Verbodsborden

                 Art. 263 Inlichtingsborden

                 Art. 264 Plaatsing en afmetingen van deze borden

                 Art. 265 Verbodsbepalingen

                 Art. 266 Werkzaamheden aan elektrische installaties

                 Art. 267 Regelmatig bezoek van hoogspanningsinstallaties

                 Art. 268 Plichten van de eigenaar of van de beheerder in industriële bedrijven

                 Art. 269 Plichten van de eigenaar, beheerder of huurder van huishoudelijke installaties

                 Art. 270 Gelijkvormigheidsonderzoek van laagspanningsinstallaties voor de indienststelling

                 Art. 271 Controlebezoek van laagspanningsinstallaties

                 Art. 271bis Afwijkende beschikkingen

                 Art. 272 Gelijkvormigheidsonderzoek en controle van hoogspanningsinstallaties

                 Art. 272bis Controlebezoek voor sommige hoogspanningsluchtlijnen via infrarood thermografie

                 Art. 273 Proces-verbaal van het onderzoek

                 Art. 274 Installaties in overtreding bij het gelijkvormigheidsonderzoek aan de voorschriften van dit reglement

                 Art. 275 Erkende organismen

HOOFDSTUK VI : Bijzondere voorschriften betreffende zekere oude elektrische installaties

                 Art. 276 Controlebezoek van laagspanningsinstallaties voor elke verzwaring van de aansluiting op het openbaar verdeelnet

                 Art. 276bis Controlebezoek van laagspanningsinstallaties bij de verkoop van een wooneenheid

                 Art. 277 Latere controlebezoeken

                 Art. 278 Afwijkende beschikkingen

                 Art. 279 Installaties in overtreding bij het controlebezoek